Artikel ‘Recht op een financiële compensatie bij vertraging van uw vlucht?’

Recht op een financiële compensatie bij vertraging van uw vlucht?

Marnix Vijverberg

1.                  Inleiding

De gevolgen voor passagiers in geval van vertraging van een vlucht kunnen ontzettend groot zijn. Naast het ongemak ten gevolge van tijdverlies, is het bijvoorbeeld mogelijk dat passagiers een belangrijke afspraak of aansluitende vlucht missen. Verordening 261/2004 speelt in op deze problematiek en heeft als doel het beschermen van rechten van passagiers.

In geval van vertraging van vluchten lijkt echter veel te doen te zijn over de aansprakelijkheid van luchtvaartmaatschappijen. Zo werd in het Algemeen Dagblad van 27 juni 2016 gesproken over een strategie van ontkennen, afwijzen en vertragen indien passagiers een compensatieverzoek doen. Bij Vueling Airlines was er volgens de rechter gedurende lange tijd – in ieder geval vanaf 2014 – zelfs sprake van stelselmatige afwijzing van compensatieverzoeken (ECLI:NL:RBDHA:2017:3124).

Luchtvaartmaatschappijen zijn op grond van artikel 5 lid 3 van Verordening 261/2004 niet verplicht een financiële compensatie te betalen indien zij kunnen aantonen dat de vertraging het gevolg is van ‘buitengewone omstandigheden’ die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

In dit artikel zal worden ingegaan op de reikwijdte van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’.

2.                    ‘Buitengewone omstandigheden’

Om een idee te krijgen van de invulling van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’ dient allereerst gekeken te worden naar nr. 14 van de considerans van Verordening 261/2004. Hierin worden enkele voorbeelden gegeven van dergelijke ‘buitengewone omstandigheden’, waaronder politieke onstabiliteit, slechte weersomstandigheden en beveiligingsproblemen.

In het Wallentin-Hermann arrest (ECLI:EU:C:2008:771) geeft het Hof van Justitie EU verdere invulling aan het begrip ‘buitengewone omstandigheden’. Allereerst heeft het Hof benadrukt dat art. 5 lid 3 van Verordening 261/2004 beperkt moet worden uitgelegd. Het gaat immers om een afwijking van het beginsel dat passagiers recht hebben op compensatie bij annulering of vertraging. Daarna is bepaald dat onder een ‘buitengewone omstandigheid’ moet worden verstaan een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en laatstgenoemde hierop geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen. Technische mankementen aan een vliegtuig horen volgens het Hof bij de dagelijkse uitoefening van een luchtvaartmaatschappij en leveren geen ‘buitengewone omstandigheden’ op indien deze worden vastgesteld tijdens het onderhoud of zijn ontstaan vanwege fouten bij het onderhoud. Mocht de oorzaak van het technisch mankement echter gelegen zijn in een overmachtssituatie, zoals een verborgen fabricagefout, sabotage of terrorisme, dan zal dit echter niet leiden tot aansprakelijkheid van de luchtvaartmaatschappij.

Latere arresten van het Hof bouwen voort op de redenering die volgt uit het Wallentin-Hermann arrest. In geval van voortijdige defecten werd bijvoorbeeld geoordeeld dat geen sprake is van ‘buitengewone omstandigheden’, omdat een luchtvaartmaatschappij dient te zorgen voor het onderhoud en het goed functioneren van de luchtvaartuigen die zij voor haar economische activiteiten gebruikt (ECLI:EU:C:2015:618).

Daarnaast oordeelde het Hof in 2013 dat de sluiting van een deel van het Europese luchtruim ten gevolge van de uitbarsting van een vulkaan, met name vanwege de oorsprong en omvang,

‘buitengewone omstandigheden’ opleveren (ECLI:EU:C:2013:43). Ook een vogelaanvaring valt binnen de reikwijdte van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’, omdat deze gebeurtenis gezien haar aard of oorsprong niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij en deze hierop geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen (ECLI:EU:C:2017:342).

3.                  Redelijke maatregelen

Het Hof ging in het Wallentin-Hermann arrest niet alleen in op de invulling van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’, maar ook op het begrip ‘redelijke maatregelen’. Op grond van art. 5 lid 3 Verordening 261/2004 dient een luchtvaartmaatschappij namelijk ‘redelijke maatregelen’ te nemen ter voorkoming van ‘buitengewone omstandigheden’. Maatregelen worden volgens het Hof geacht ‘redelijk’ te zijn als deze op het tijdstip van de buitengewone omstandigheid met name voldoen aan voor de betrokken luchtvaartmaatschappij aanvaardbare technische en economische voorwaarden. Anders gezegd: de luchtvaartmaatschappij dient over te gaan tot inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen ter voorkoming van annulering of vertraging, tenzij dit onaanvaardbare offers met zich meebrengt.

In 2011 werd de verplichting omtrent het nemen van ‘redelijke maatregelen’ ter voorkoming van ‘buitengewone omstandigheden’ uitgebreid door het Hof, waardoor luchtvaartmaatschappijen zelfs verplicht zijn tot het nemen van preventieve maatregelen ter verkleining of wegneming van risico’s op ‘buitengewone omstandigheden’ (ECLI:EU:C:2011:303).

4.                  Recht op een financiële compensatie?

Het begrip ‘buitengewone omstandigheden’ moet volgens het Hof dus beperkt worden uitgelegd, maar uit de rechtspraak lijkt echter te volgen dat luchtvaartmaatschappijen niet geheel ongemakkelijk met succes een beroep kunnen doen op deze ‘buitengewone omstandigheden’. Of passagiers recht hebben op een financiële compensatie is en blijft natuurlijk afhankelijk van de situatie.

Was uw lucht recentelijk ook langdurig vertraagd en wilt u weten of u recht heeft op een vergoeding? Onze vrijwilligers helpen u graag! Maak dus snel een gratis en vrijblijvende afspraak via onze website: https://wetswinkelwestland.nl/afspraak/ .