Het regeerakkoord en het zzp-vraagstuk

Door Jimmy

Het blijkt in de praktijk soms lastig te bepalen of iemand werkzaam is in loondienst dan wel als zzp’er. Het komt namelijk geregeld voor dat een zzp’er die werkzaam is bij een opdrachtgever eigenlijk aan vrijwel alle criteria voldoet om als werknemer gezien te worden, maar dus werkzaam is op basis van een overeenkomst van opdracht en niet op basis van een arbeidsovereenkomst. Enerzijds zullen deze opdrachtnemers niet de vergaande arbeidsrechtelijke bescherming genieten die de werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst wel hebben. Anderzijds kan het voor een zzp’er ook juist aantrekkelijk zijn om als zelfstandige werkzaam te zijn gezien bijvoorbeeld de fiscale voordelen die er voor ondernemers zijn. Daarom is het voor onder andere de Belastingdienst van groot belang dat er een duidelijk onderscheid tussen zelfstandigen en werknemers te maken is, zodat de zogenoemde schijnzelfstandigheid van sommige zzp’ers kan worden aangepakt.

In het regeerakkoord 2017-2021 zijn plannen opgenomen voor nieuwe wetgeving op dit gebied.

VAR-verklaring en Wet DBA
Voordat er ingegaan wordt op de nieuwe plannen uit het regeerakkoord is het interessant om te weten hoe de wetgeving omtrent dit zzp-vraagstuk zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Eerst werd er namelijk gebruikt gemaakt van de zogenoemde ‘Verklaring arbeidsrelatie’(VAR-verklaring) om de arbeidsrelatie en ondernemersstatus vast te stellen. Deze VAR-systematiek bleek niet naar behoren te werken en dus kwam men destijds tot de conclusie dat er hiervoor een alternatief moest komen. Dit alternatief werd gevonden met de invoering van de Wet deregulering arbeidsrelaties(Wet DBA).

Sinds 1 mei 2016 is de Wet DBA in werking getreden. Door de invoering van deze wet zijn zowel opdrachtgevers al opdrachtnemers verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. Uit de Wet DBA volgt dat er kritisch naar deze relatie gekeken moet worden en er bij twijfel modelovereenkomsten dienen te worden gebruikt om vast te stellen of iemand als zzp’er werkzaam zal zijn of als werknemer. De modelovereenkomsten dienen vervolgens goedgekeurd te worden door de Belastingdienst. Als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking kunnen zzp’ers en opdrachtgevers boetes en naheffingen krijgen. Echter, de overheid heeft veel klachten ontvangen van opdrachtgevers en opdrachtnemers over onbedoelde effecten van de Wet DBA. Daardoor is er nu sprake van een overgangsperiode waarin boetes en naheffingen nog achterwege zullen blijven. De Belastingdienst zal alleen handhaven wanneer er opzettelijk een situatie van schijnzelfstandigheid wordt gecreëerd, terwijl er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking.

In de overgangsperiode heeft het kabinet onderzocht of de Wet DBA naar behoren werkt of dat er opnieuw nieuwe wetgeving zal moeten komen. Inmiddels is wel duidelijk dat de Wet DBA onbedoelde effecten heeft en hierdoor knelpunten zijn ontstaan. Zo ervaren opdrachtgevers hogere risico’s en worden angstiger in de inhuur van zzp’ers. 1 op de 7 opdrachtgevers geeft aan minder of geen zzp’ers meer in te huren als gevolg van de Wet DBA. 10% van de opdrachtgevers stopt helemaal met de inhuur van zzp’ers. Bijna een derde (29%) van de organisaties weet nog niet of ze zzp’ers blijven inhuren. Dit zijn uiteraard onwenselijke gevolgen die verholpen moeten worden, zo vindt ook het kabinet Rutte III.

Plannen voor nieuwe wetgeving omtrent het zzp-vraagstuk
In het regeerakkoord 2017-2021 is vastgelegd dat de Wet DBA alweer zal moeten worden vervangen door nieuwe wetgeving. Er komt een nieuwe wet die enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid moet bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid moet voorkomen. Er worden simpel gezegd drie groepen zzp’ers onderscheiden: zzp’ers met een laag tarief, zzp’ers met een hoog tarief en alles wat daar tussenin zit. Voor de eerste twee groepen zzp’ers bieden de plannen meer duidelijkheid, maar voor de grote middengroep duurt de onzekerheid voorlopig nog voort.

Zzp’ers aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt zullen duidelijkheid krijgen door middel van een minimum uurtarief. Is het uurtarief van een zzp’er lager dan dit minimum, dan wordt altijd geacht sprake te zijn van een arbeidsovereenkomst indien de overeenkomst langer dan drie maanden duurt of de zzp’er reguliere bedrijfsactiviteiten verricht. De vraag is alleen nog welke hoogte het bedrag van het minimumuurtarief zal hebben. De verwachting is dat dit tussen de 15 en 18 euro per uur zal zijn.

Zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt krijgen van dit kabinet meer vrijheid. Hanteert men een uurtarief van meer dan 75 euro per uur, dan geldt er een ‘opt out’ regeling. Deze regeling moet het een stuk makkelijker gaan maken snel als zzp’er aangemerkt te worden en aan de slag te gaan. Hierop is een uitzondering. Indien een zzp’er voor een opdrachtgever gedurende meer dan een jaar reguliere bedrijfsactiviteiten verricht, dan kan hij geen gebruik maken van deze regeling.

Voor de (grote) middengroep is er (alweer) een nieuwe verklaring bedacht. Met het intrekken van de Wet DBA, zal ook het systeem van de modelovereenkomsten komen te vervallen. In plaats daarvan komt er een zogenoemde ‘opdrachtgeversverklaring’. Deze verklaring zal in de praktijk dus vooral van betekenis zijn voor zzp’ers die meer dan het lage tarief, maar minder dan het hoge tarief verdienen. Opdrachtgevers moeten de opdrachtgeversverklaring gaan aanvragen. Dit kunnen ze doen via het invullen van een webmodule. Met deze verklaring krijgt een opdrachtgever vooraf zekerheid of hij al dan niet loonbelasting en sociale premies moet inhouden. De verklaring heeft een vrijwarende werking, tenzij de webmodule niet naar waarheid is ingevuld.

Het kabinet heeft in haar regeerakkoord verder nog een aantal toekomstplannen op dit gebied onthuld. Het wil met behulp van sociale partners en veldpartijen verkennen of en hoe zelfstandig ondernemerschap via de invoering van een ondernemersovereenkomst een eigen plek kan krijgen in het Burgerlijk Wetboek. Ook zal worden bekeken hoe de verzekeringsgraad voor arbeidsongeschiktheid bij zzp’ers kan worden verhoogd.

Conclusie
Het huidige systeem met de Wet DBA werkt niet naar behoren en heeft onbedoelde en onwenselijke gevolgen. De voorgestelde wijzigingen in het regeerakkoord kunnen wellicht de oplossing bieden hiervoor. Voor de middengroep zzp’ers is het nog maar afwachten hoe het nieuwe systeem van opdrachtgeversverklaringen zal uitwerken. Zij zullen voorlopig nog in onzekerheid blijven. Voor zzp’ers aan de onderkant en bovenkant van de arbeidsmarkt lijkt het kabinet met de beoogde plannen er wel in te kunnen slagen meer maatwerk te leveren.

Afspraak maken
Heeft u een vraag over de recente wijzigingen van de Arbowet? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvende en kosteloze afspraak!